'Maatschappijkritiek moet terug op de agenda'
Egbert Tellegen en Lucas Reijnders
De milieubeweging wordt oud. Althans, een van Nederlands beroemdste milieubeschermers, Lucas Reijnders, werd eind februari 65 en is inmiddels met pensioen. Hij publiceerde tientallen boeken en geldt als deskundige bij uitstek. In 2004 eindigde Reijnders in de door Milieudefensie georganiseerde verkiezing voor de Grootste Groene Nederlander als tweede, direct na aartsvader Jac P. Thijsse.
De andere milieugoeroe, Egbert Tellegen, publiceerde dit jaar het boek Groene Herfst, waarin hij ingaat op 50 jaar milieubescherming. Lijdt de beweging aan een midlife crisis? Hoe staan we ervoor en wat mogen we verwachten voor de toekomst? Het Milieucafé is trots op de aanwezigheid van Lucas Reijnders en Egbert Tellegen.
Tellegen toont zich overigens blij verrast met de opkomst in Paradox: "Normaal spreek ik voor een zaaltje met pakweg tien mensen. Zo'n groot publiek als hier tref ik maar zelden aan." Tellegen realiseerde zich toen hij dit jaar de zaken op een rij zette dat het helemaal fout gaat met het milieu. Of je nu praat over oceanen, biodiversiteit, de voorraad delfstoffen of het klimaat. Zijn conclusie liegt er ook niet om: het falen van het milieubeleid is fundamenteel te wijten aan het kapitalisme. Dat geluid hebben we lang niet meer gehoord.
Egbert Tellegen blijkt niet te behoren tot de rabiate gestaalde communistische kaders maar analyseert kalm en nuchter. Volgens hem is het milieuprobleem pas in de jaren zestig op de politieke agenda gekomen - daarvoor sprak niemand erover. "Toch is het een heel logisch conflict dat ontstaat tussen enerzijds de menselijke soort met al zijn ambities, en anderzijds de planeet aarde met zijn eindige voorraden. Een halve eeuw geleden is voor het eerst serieus op die spanning gewezen door de Club van Rome, met het rapport Grenzen aan de Groei. Dat programma is in eerste aanleg politiek heel eng vertaald, met programma's voor lucht en water. Men was vooral gefocust op vervuiling en het aanpakken daarvan via wettelijke normen. Zaken als verstoring van de natuur en biodiversiteit telden veel minder. En hoewel het wel werd gemeld kreeg ook het opraken van grondstoffen en fossiele brandstoffen niet echt aandacht."
Kabinetten Kok
Lucas Reijnders kan met recht gelden als Nederlands eerste echte milieuprofessor. De carrière van de biochemicus startte bij de Rijksuniversiteit Groningen. Later ging hij werken bij de stichting Natuur en Milieu. Eind jaren tachtig werd hij hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam. Heel alternatief Nederland kende destijds zijn boeken over voeding, geneesmiddelen en cosmetica. Lucas' oude werkgever Natuur en Milieu stelde vorige maand onomwonden dat Nederland één van de vuilste landen in de Europese Unie geworden is. Met andere woorden: het gaat helemaal niet goed!
Reijnders is er niet verbaasd over. "De emancipatie van het milieuvraagstuk is een heel lang proces - zo gaan die dingen. De sociale verheffing van de arbeidersklasse kostte een eeuw. De emancipatie van vrouwen sleept zelfs nog langer. De historie is een zaak van trage ontwikkelingen en die gaan bovendien met ups en downs. Ik stel vast dat het met de milieubeweging aanmerkelijk beter gaat dan begin jaren zestig. Als ik toen had moeten tekenen voor de stand van zaken anno nu, dan had ik dat onmiddellijk gedaan."
Lucas is niet doof voor de signalen van de tijd. Toch wijt hij de recente sterke tegenwind niet aan het kabinet van gedoogpartners die hun vingers aflikken. "De grootste zwaai door de Nederlandse regering is gemaakt halverwege jaren negentig. Dat was de tijd van de paarse kabinetten en het yuppenkapitalisme. Minister Margreeth de Boer van VROM liet een andere wind waaien.
Reijnders: "Voor die tijd was de stemming: als we een probleem constateren, dan doen we daar wat aan. Onder de kabinetten Kok werd milieubeleid veel meer een zaak van 'gewoon Brussel volgen'. Nederland is een klein en propvol land. Dus krijg je grote problemen en ga je automatisch botsen met Europese normen. In het begin werd de strategie om Brussel te vragen om ontheffingen [derogaties; vooral voor luchtkwaliteit en mest, red]. De grondhouding is nu er één geworden van: 'fuck Brussel'. Aan Europa valt geld te verdienen maar verder moeten we vooral geen last ervan hebben."
Geitenwol
Waar de regering het nogal laat afweten zien we juist dat bedrijven het milieu veel meer serieus zijn gaan nemen. Topmannen maken zich publiekelijk sterk voor het milieu. "Natuurlijk lopen die CEO's soms voor de muziek uit maar het is wel degelijk een positieve ontwikkeling. Dankzij hun visie ontstaat er ruimte om binnen die grote bedrijven wat te doen. Het is welbegrepen eigenbelang want ze verdienen er ook aan. Maar voor mij telt dat zaken goed zijn opgepakt."
Reijnders vertelt dat hij in contacten met ondernemers geregeld vraagt wat ze zouden besluiten als de gasprijs driemaal zo hoog zou worden. "Zonder uitzondering zeggen ze allemaal dat ze dan dingen heel anders zouden gaan doen. Mijn punt is dat die driemaal hogere gasprijs een heel reële prijs is als je alle afgewentelde milieukosten meetelt. Dat nu is iets wat de overheid zou moeten borgen."
Egbert Tellegen betoogde in 1972 met sweeping statements dat de ecologische crisis alleen kon worden opgelost door de mens te bevrijden uit de 'ijzeren kooi van de industriële samenleving: die houdt hem gevangen in een vervreemdende logica van productie en consumptie, en onderdrukt al zijn andere creatieve vermogens.' Het leverde toen stevige discussies op. Maar eigenlijk is er weinig veranderd, kun je stellen.
Egbert herkent het beeld en bevestigt dat oorspronkelijk de milieubeweging fundamenteel kritisch was. Nadien is men zich steeds meer gaan aanpassen. Knuffelconcepten als 'ecologie' wonnen terrein, en hoera-begrippen als 'duurzame ontwikkeling'. Net als de 'win-win situaties' waar beleidsmakers zo graag mee schermen. Tellegen wil met klem iets recht zetten en dat is het beeld van de wereldvreemde hippies dat met de milieubeweging wordt geassocieerd. "De mythe van geitenwollensokkendragers is zeer hardnekkig maar onjuist. Natuurlijk had je in de jaren zestig en zeventig mensen die een wat onhandige indruk maakten. Maar er waren veel meer types die zich druk maakten over het rapport van de Club van Rome. Topfiguren van Hoogovens, directeuren van het Philips Nat Lab. En weet je dat de eerste gift aan Milieudefensie afkomstig was van Prins Bernhard? Dus die mythe klopt niet."
Kwebbel
Tegenwoordig kampt Europa naast een ecologische crisis met een stevige financiële systeemcrisis. Is er een parallel tussen de alternatieve milieubeweging uit de jaren zeventig en de Occupy-beweging van nu? Ook de stadskampeerders worden immers weggezet als langharig werkschuw tuig, merkt presentator Frans Post op. Bij het stadhuis heeft de redactie een Occupier gevonden. Ze stelt zich voor als 'Kwebbel', want je weet maar nooit of het actievoeren je carrière schaadt...
De demonstrante omschrijft Occupy vooral als een sociale beweging. "Wij richten ons op mensen die beperkingen ondervinden in het kapitalistische systeem. Steeds meer jongeren kunnen geen werk meer vinden. Ikzelf studeer reclametechniek; wat is mijn diploma straks nog waard? Met dat soort vragen worstelen we allemaal. Iedereen heeft zijn eigen verhaal en zijn eigen problemen. Maar allemaal hebben we reden om ons onderdrukt te voelen. We hebben te weinig geld, weinig perspectief en de overheid trekt te weinig geld uit voor sociale voorzieningen en voor zorg."
Bereik je dan je doel door kampementen op te slaan, vraagt Frans. Kwebbel noemt dit meer een 'statement'. Het kampement bij het stadhuis is ook een uitnodiging aan willekeurige passanten. "Mensen zijn welkom om langs te komen en een praatje te maken. Wat vinden zij ervan wat de banken aan het doen zijn? Hoe denken zíj over de Nederlandse en Europese regeringen?"
Herkent Egbert Tellegen iets bij deze nieuwe protestgeneratie? Hij blijkt er heel blij mee. "Eerder heb ik al het woord kapitalisme in de mond genomen en dat doen zij ook. Productie en consumptie zijn als doelstellingen volledig dominant geworden. Het kapitalisme wordt gezien als volstrekt autonome macht. Daarop zijn diverse kritieken mogelijk. Het communisme was er één van maar er zijn er meer. Ondernemen staat niet gelijk aan kapitalisme! Begrijp me niet verkeerd, ondernemers doen hele nuttige dingen. Maar de ontaarde dynamiek van het geld erachter, daar moet je wat aan doen. Er is een niet-kapitalistische sturing nodig."
Lucas Reijnders is het in grote lijnen eens met Tellegen. "De maatschappijkritiek moet terug op de agenda. Milieukwesties zijn een te smalle basis voor het organiseren van de maatschappij. De huidige reactie op de crisis komt neer op puur conservatisme. Bij regeringen maar ook consumenten blijven op hun geld zitten. Dat is niet nodig. Een bredere benadering betekent een grote aanwinst voor het debat."
Grote stappen
Het klimaatvraagstuk is nu veel meer onder de aandacht gekomen dan vroeger. Voor een duurzame energievoorziening zijn andere brandstoffen essentieel. Lucas Reijnders heeft zich in publicaties nogal kritisch uitgelaten over biobrandstoffen. Waarom?
De professor laat een plaatje projecteren van een koolzaadveld. Ervoor staat een bordje 'Grown for biofuel'. "Een mooi plaatje. Zeker in vergelijking met de velden van 1 hectare zonnecellen die je tegenwoordig wel ziet - in andere landen dan Nederland. Ik geef onmiddellijk toe dat een veldje koolzaad er leuker uitziet dan een perceel zonnecellen. Maar als je praat over het aantal autokilometers dat zo'n veld oplevert, hoe denken jullie dat de verhouding koolzaad-zonnecellen ligt?" De zaal raadt er wat op los maar heeft eigenlijk geen idee. Reijnders: "Zonnecellen leveren vele malen meer kilometers per hectare op dan koolzaad. Biobrandstoffen kennen over het algemeen een matige efficiency." Reijnders wijst op de energiebalans: de verhouding tussen de energie die je ergens instopt, en de energie die het oplevert. Voor bio-ethanol uit koolzaad is deze ongeveer 1,5. Terwijl windenergie en zonne-energie een factor 10 opleveren. Zeven keer zoveel dus.
Wat vindt de milieuprofessor van het gebruik van aardgas in auto's? Voor fijnstof is dat zeker een punt. "Fijnstof is een heel groot probleem en de metingen zijn nog nooit zo slecht geweest. We krijgen van Europa hier ook geen ontheffing meer voor. De norm wordt nu overschreden en dat is sinds 2005 niet meer gebeurd."
Beide professoren wijzen op de beeldvorming dat Nederland steeds schoner wordt. Voor wat betreft zwaveldioxide in de lucht (zure regen) klopt dit wel, maar met fijnstof gaat het juist de verkeerde kant op. Er gaan honderden mensen per jaar dood door fijnstof. Daar moet echt iets aan gebeuren, waarschuwt Reijnders en het kan ook. "Nijmegen heeft alle dieselbussen vervangen door exemplaren die op aardgas rijden. De concentratie fijnstof langs de route daalde direct met 40 procent ."
Zijn de beide heren nu optimistisch gestemd of zien ze de toekomst somber in? Egbert Tellegen is gematigd hoopvol: "Niemand kan in zijn eentje de wereld veranderen. Maar lokaal kun je wel iets doen en iedereen kan ook iets doen. Het aantal mogelijkheden is onuitputtelijk."
En hoe zit het met Lucas Reijnders, moeten we nog een eeuw wachten op een systeemwijziging omdat de geschiedenis zich zo traag ontwikkelt? Ook hij is positiever: "Klimaatverandering is waanzinnig belangrijk. Als het meezit kunnen onze belangrijkste milieuproblemen over 50 jaar zijn verdwenen. Het energievraagstuk zal zich versneld oplossen omdat de prijzen voor fossiele brandstoffen sterk zullen stijgen. Ons brandstofverbruik kan met een factor 3 terug. De prijzen voor zonnecellen zijn sterk aan het dalen; vorig jaar zijn ze gehalveerd! Dat gaat dus sneller dan verwacht. Het hoeft allemaal niet nog eens 50 jaar te duren."
Volgend artikel: Van Edele Herten









Foto’s: Wendy Presser
Verslag: Hans van den Berk