Venhorst is dichterbij dan u denkt

(Column uitgesproken door Ron Lodewijks, provincieredacteur van Brabants Dagblad)

Het is geenszins mijn bedoeling dames en heren luisteraars om in deze dynamische stad der eertijdse kruikenzeikers en te midden van dit eerbiedwaardige gezelschap milieuminnaars oude wonden open te rijten. Want 27 november 2008 moet voor uw allen hier aanwezig immers als een zwarte dag in het geheugen gegrift staan. Toen legde de esdoorn aller Tilburgse esdoorns het loodje. Om vier uur ’s nachts ging de kettingzaag erin. De Tilburgse autoriteiten wensten geen Amelisweerdse toestanden en wachtten tot het protestgilde naar moeders was teruggekeerd om het houtwerk in alle rust te kunnen neerhalen. Het actievoeren is ook niet meer wat het geweest is. Die boom moest weg voor herinrichting van de Vijfsprong, een aanpak die niet bepaald getuigde van het juiste gevoel voor historie, zoals 3 juni bij de Raad van State nog eens naar voren kwam.

Toch hebben jullie Tilburgers nog geen klagen. De bulldozers van het PvdA-duo Vreeman/Hamming hadden meteen ook het hele plantsoen met de grond gelijk kunnen maken om ruimte te scheppen voor hoogbouw, een steeds geliefdere tak van sport in deze van oudsher dorpse stad. Of was er dan een volksopstand uitgebroken omdat het nuttigen van een zomers pilsje op het terras van café Langeboom in de schaduw van een betonnen kolos zou ontaarden in een ondraaglijke kwelling voor iedere rechtgeaarde Tilburger?

Vernieling van natuur en landschap is van alle tijden en van alle momenten. De gemeente Boekel stuurde laatst op een vroege zaterdagmorgen een zaagploeg het veld in om een landbouwontwikkelingsgebied in spé aan de rand van Venhorst te ontdoen van zijn karige, 60 jaar oude groene omlijsting. De wegen moesten met Europese subsidie worden verbreed om ruim baan te maken voor de veevoer- en varkenstransporten van en naar de beoogde megastallen in dit reeds van veehouderij vergeven gebied. Wees blij, beste Tilburgers, dat u daar niet woont. Nadat het leed was geschied, trapte de Boekelse politiek in Venhorst op de rem omdat het volk genoeg heeft van al die beesten en bijbehorende luchtweginfecties.

Het zal u rechtgeaarde Tilburgers een rotzorg zijn wat zich in het verre Oost-Brabant ten plattelande voltrekt. Naast uw met fijnstof geïnjecteerde longen in deze van verkeer vergeven stad, is uw probleem meer dat u zich op 4 juni lelijk voor de gek heeft laten houden door uw eigen politieke elite die er zelf niet meer uitkwam. Althans 35,8 procent van u die deelnam aan het referendum over de shopping mall in Noord. U had zich de moeite kunnen besparen, ook al zou het volk dit gesublimeerde consumentenparadijs met overweldigende meerderheid hebben verwelkomd, het was er niet gekomen in het beschermde bos van wijlen doctor Jules Gimbrère. 18, 4 hectare hadden diens erven op 9 juni 1955 krachtens het algemeen vorderingsbesluit aan de Staat der Nederlanden moeten afstaan. Hier verrees één van de zogeheten mobilisatiecomplexen waarmee het Ministerie van Oorlog onze natie wilde wapenen tegen een invasie van het Rode Leger. Nu wij ons door het rijk van tsaar Poetin via de gaskraan laten lamleggen en het militaire complex al jaren staat weg te rotten, leek het burgemeester Ruud Vreeman en Paul Rüpp, de provinciebestuurder van de ruimtelijke dynamiek, een uitstekend plan om dit stuk asfalt en beton door een Amerikaanse projectontwikkelaar te laten herscheppen in een monument van het superkapitalisme. Prima geregeld: banen voor de stad en poen voor de provincie. Helaas voor dit bestuurdersduo kwam hun superidee op het verkeerde moment én op de verkeerde plaats.

Ik schat dat weinig Tilburgers het bos van Gimbrère goed kennen. Het ligt er wat verloren bij, ingeklemd tussen de burgemeester Letschertweg en bedrijventerrein Kraaiven. Hier geen terras vanwaar je met een goudgele rakker de wonderen der schepping kan aanschouwen onder het bekende motto: Natuur is mooi, maar je moet er wel iets te drinken bij hebben. Maar het bos van Gimbrère hoort wél tot Brabants ecologische hoofdstructuur en dan moet je toch een verdomd goede reden hebben om zelfs deze groene uithoek Kneuterdijkproef te kunnen offeren aan het consumentisme.

Natuurlijk, het stadsbestuur had de oplossing al bij de hand: koppel deze voetnoot van de Koude Oorlog mét het complete bos eromheen los van de natuur om er een Eftelingsiaans spektakelstuk van te kunnen maken. En weet je wat, dan leggen toch ergens anders een heel mooi nieuw bos aan? Goed geregeld toch? Om de drommel niet. Dit is de tekentafelfilosofie van de verrijdbare natuur, waarmee we elkaar in Brabant vaak voor de gek houden, ten nadele van deze mooie provincie.

Wie hield wie nu voor de gek met de mall? Was het de provinciale politiek die Tilburg een poets bakte door kort voor het referendum een veto over het koopcentrum uit te spreken en een week later het gas weer van de plank te halen? Hef de provincie maar op en verdeel het geld onder de gemeenten, loeide Auke Blaauwbroek begin vorige week in het Brabants Dagblad. Ter ondersteuning van zijn hartenwens haalde de Tilburgse PvdA-voorman er ook nog het provinciale gezwabber met de verkoop van Essent bij. Nee dan is Tilburg heel wat consequenter. Net zo lang in verdeeldheid talmen met een besluit over verkoop tot de gemeentelijke aandelen in Essent automatisch naar RWE over gaan. Deze moedige daad moet beloond worden. Verdeel het geld dat Tilburg met de verkoop opstrijkt maar over de satellietsteden Goirle, Hilvarenbeek, Reusel-de Mierden en Baarle-Nassau. Die kunnen er vast iets héél moois voor de natuur mee doen, zoals het meewerken aan houtkap tijdens de ruilverkaveling en aan ongecontroleerde groei van de intensieve veehouderij. Daar heeft u waarde Tilburgers geen last van. Uw bos van Gimbrère staat er nog. Wees er maar net zo zuinig op als op het Wilhelminapark. Want Venhorst is dichterbij dan u denkt.

 


Volgend artikel: Mooi maïsveld of belangrijke natuur?

Ron Lodewijks
Ron Lodewijks

Foto’s: Wendy Presser