Heden Moerdijk, morgen Tilburg?
De vraag is logisch; als er in Moerdijk zo'n heftige brand kan uitbreken dat meerdere gemeenten er last van hebben, hoe zit het dan in Tilburg? Enige research leidt tot een opzienbarende conclusie. De provincie publiceert risicokaarten van bedrijven die vallen onder het Besluit Risico's Zware Ongevallen. Van deze zogeheten BRZO-bedrijven blijken er 17 te liggen in Moerdijk. Dat is niet verrassend. Wel dat er tien in Tilburg te vinden zijn. En eveneens tien in zuidoost Brabant. Tilburg heeft daarmee als stad de grootste concentratie BRZO-bedrijven in Brabant na Moerdijk.
Een nuancering is op zijn plaats. Het gaat hier niet om grote chemische productiebedrijven maar om ondernemingen die chemische stoffen opslaan of verwerken. Maar daarmee kan dus ook van alles misgaan. Reden om drie deskundigen uit te nodigen op het podium: brandweercommandant Marcel Appeldoorn (van het cluster Tilburg in de regio Midden- en West-Brabant). Milieuarts Pieter van der Torn en de recent benoemde Tilburgse hoogleraar Peter van der Velden (naamgenoot maar geen familie van de Bredase burgemeester). Zijn functieomschrijving biedt meteen een mooie samenvatting: "Psychische gevolgen van rampen en calamiteiten en het gebruik van Geestelijke Gezondheidszorg".
Commandant Appeldoorn verklaart zelf niet in Moerdijk te zijn geweest tijdens de brand. Maar de brandweer Tilburg heeft wel degelijk assistentie en ondersteuning verleend. In totaal waren er 400 man in touw rond de brand bij Chemie-Pack. Milieuarts Van der Torn was wel rechtstreeks betrokken als gezondheidskundig adviseur. Concreet hield hij zich bezig met het beoordelen van risico's. "Ik moest beoordelen of het buiten veilig genoeg is. Of dat mensen moeten gaan schuilen of evacueren."
De kernvraag is of een dergelijke zeer grote brand ook in Tilburg kan gebeuren. Dit blijkt mee te vallen. Appeldoorn verwacht niet dat dit soort scenario's zich in de regio Tilburg zal voordoen. "Dit wil niet zeggen dat we vrij van risico zijn," nuanceert de commandant. "Maar de tien bedrijven van de risicokaart zijn goed in beeld. Ze worden regelmatig bezocht en gecontroleerd door brandweer en provincie." Hij maakt wel een voorbehoud want we weten nog niet eens wat er nu precies gebeurd is in Moerdijk. "Ondanks de vergunningen en controles zijn zaken blijkbaar toch uit de hand gelopen. Naar de exacte oorzaak lopen op dit moment zeven of acht onderzoeken. De uitslag daarvan kan nog wel maanden of zelfs een jaar op zich laten wachten."
Geen ramp
Milieuarts Van der Torn beschouwt Moerdijk als een groot incident. "Van een ramp spreek je pas als er we grote maatschappelijke ontwrichting zien. Die heeft zich niet voorgedaan. Het was wel een incident met impact en de capaciteit van de hulpverlening was in eerste aanleg onvoldoende. Maar je kunt niet staande houden dat de hele samenleving op zijn kop stond. Het effect van de brand bleef beperkt tot West-Brabant en de regio Zuid-Holland Zuid."
Aan de nieuwe professor de vraag naar de communicatie: is de bevolking op de juiste manier gerustgesteld? Van der Velden vindt het een lastige vraag. En dat heeft te maken met het tijdsgewricht waarin wij leven: "Als morgen iets gebeurt, willen we gisteren alles weten. De burgemeester krijgt dezelfde dag microfoons onder zijn of haar neus met hele specifieke vragen. Terwijl alle onderzoeken nog lopen! Dat zie je nu weer." De hoogleraar is het eens met de milieuarts: Moerdijk is inderdaad een groot incident en geen ramp. En dus gebruikte minister Opstelten de verkeerde term. "Zo haal je alles uit proportie. Op de avond van dit café hebben tien auto's de A16 geblokkeerd. Is dat dan ook een ramp? Taalgebruik leidt zo tot termeninflatie. Want als Moerdijk een ramp is, hoe moet je dan Enschede noemen, of het vliegtuig dat op de Bijlmer neerstortte, of de aanslagen van 9/11." Hij vindt dat de media ook de verkeerde nadruk leggen. "Het gaat de hele tijd over de uren dat men te laat was, niet over de dagen daarna dat mensen wel geïnformeerd waren."
Tilburgs asbest
Terug naar Tilburg. Half december vorig jaar brak een brand uit op een bedrijventerrein in Loven waarbij asbest vrijkwam en de wijk moest worden ontruimd. Hoe gaat de brandweer in zo'n geval te werk? Appeldoorn vertelt dat de brandweerlieden in het veld een belangrijke rol hebben. "De eerste voertuigen beoordelen de situatie ter plaatse. In het geval van Loven is redelijk snel opgeschaald. Dit gebeurt in het algemeen net zolang totdat er voldoende materiaal is om de brand onder controle te krijgen. In Loven is dat ook in de eerste uren gebeurd. De brandweer probeert eerst om uitbreiding van de brand te voorkomen. Daarna is de inspanning gericht op blussen."
Maar hoe beoordelen de firefighters de gezondheidsrisico's? Voertuigen blijken informatie aan boord te hebben over belangrijke chemische bedrijven. Maar daarvan was in Loven geen sprake. De brandweer vertrouwt dan op ervaring en gezond verstand. "Onze mensen maken direct een inschatting voor bijzondere risico's en dat was in dit geval asbest. Je weet dat op grond van kennis en ervaring, en we hebben ook dossiers van bouw- en woningtoezicht ter beschikking. Op de loods in Loven lag 1000 vierkante meter asbestdak. Toen we dat vermoedden kwam de informatie ook snel boven water." Kaarten met asbestobjecten, naar analogie van de risicokaarten voor BRZO-bedrijven, bestaan dus niet. De commandant vindt dat ook niet nodig: "We kunnen onmogelijk alle risico's in kaart brengen. Het is praktisch om de zware objecten te nemen, de rest beoordelen we per geval op locatie."
In het Milieucafé is vaker over asbest gesproken. Tiny Kox en Jean-Louis van Os kenschetsten het in maart 2010 als echt naar spul, ja zelfs een sluipmoordenaar. Van der Torn nuanceert dit beeld enigszins. "Uiteindelijk is het de dosis die het hem doet in combinatie met de termijn dat je aan een stof bent blootgesteld. Iedereen loopt elke dag risico's. Asbest is voor groot deel ook uit de samenleving verbannen. Het lastige van asbest in bijvoorbeeld een dak is: het levert geen probleem op zolang het het heel is. Gaan echter de randen breken en afbrokkelen, dan komen microscopische vezels vrij die eruit zien als naalden. Die kunnen het lichaam indringen en het longvlies prikkelen. En dat kan op den duur leiden tot hele nare kanker. Maar in het algemeen is een eenmalige blootstelling aan wat asbest niet zo erg. Mits je het opruimt." Dat laatste vergt speciale aandacht. Als stofvormig asbest in het milieu is, lopen mensen het met hun schoenen mee naar binnen. En daar kan het blijven circuleren. Stofzuigen helpt bijvoorbeeld niet: de vezels gaan door de filters van het apparaat heen. Dan wordt de blootstelling verlengd en nemen de risico's toe.
Van der Torn ziet geen noodzaak voor een algemene inventarisatie van asbestobjecten. Anders ligt dat bij kwetsbare groepen in oude gebouwen: "In scholen vind ik het nu wel tijd worden om gericht te gaan inventariseren."
Vertrouwen
In het geval van Loven konden mensen al snel weer terug naar hun huizen. Kunnen ze dan rustig gaan slapen als je weet hoe geniepig asbest zich kan gedragen? Van der Velden gaat ervan uit dat deskundigen de situatie goed beoordeeld hebben. Dat wil niet zeggen dat alle onrust dan ook verdwijnt. "Ik kan me voorstellen dat erover nagepraat wordt. Veel verder zal het in zo'n situatie niet gaan. Belangrijk is dat de overheid zo communiceert dat burgers het gevoel hebben dat zaken adequaat worden opgepakt en behandeld zijn. Eigenlijk is dat het grootste vraagstuk: hoe kan de overheid het vertrouwen van de mensen behouden?"
Volgens Marcel Appeldoorn heeft burgemeester Noordanus direct veel informatie gegeven. Dat is de juiste strategie, weet hij. "Alleen is dat bij asbest wat makkelijker dan in het geval Moerdijk. Daar heb je te maken met vele verschillende stoffen tegelijk."
Vraag is hoe je de concentratie van tien BRZO-bedrijven in Tilburg moet wegen. Hoe gevaarlijk is dat? De aanwezigen zijn het eens dat dit op papier onveiliger lijkt, maar dat in de praktijk de onveiligheid zakt. Want die bedrijven krijgen extra aandacht van de autoriteiten. De brandweercommandant wijst op de feitelijke risico's die mensen lopen: er vallen veel meer doden door woningbranden, wel 70 per jaar. Toch heeft niet iedereen een rookmelder in huis... Al geeft het publiek in Paradox wel massaal aan zo'n aanschaf te hebben gedaan.
Emoties
Hoogleraar Van der Velden concludeert dat de veiligheid in een stad niet afhangt van de chemische industrie die er zit. Ook aan de Bijlmerramp kwam geen chemie te pas... en hetzelfde geldt voor de Q-koorts. Hij vindt het perspectief ook vreemd verschoven: "We hebben nog nooit in zo'n veilige tijd geleefd als nu! In de Middeleeuwen had je pest en cholera. Daarbij kwam eenderde van de Europese bevolking om! Nu spreekt men al van een ramp bij enkele tientallen doden al ramp. De proportie is volstrekt weg." Hetzelfde geldt voor de media-aandacht: "Wat je ziet is beelden van heftig geëmotioneerde mensen en uitsluitend heftig emotionele mensen. Maar er zijn ook burgers die rustig blijven... Díe krijg je niet te zien op de televisie."
De podiumgasten zijn het eens dat er een crisis is in de crisiscommunicatie. Via Twitter, Hyves, Facebook en YouTube vliegen de boodschappen, foto's en video's in een razend tempo over de wereld. De overheid is daar niet tegen opgewassen. Volgens Van der Torn van Van der Velden kan dat ook niet: de overheid moet betrouwbare informatie geven en betrouwbaarheid kost tijd. Misschien moeten burgemeesters maar gewoon een toontje lager zingen, vindt Van der Velden: "Duidelijk maken dat je nu eenmaal niet zo snel alle antwoorden kunt hebben. Alle overheden laten zich meeslepen in beweringen dat men te laat was. Terwijl dat aantoonbaar onzin is." Hij pleit voor terughoudendheid. "De beste boodschap is niet roepen dat dit nooit meer mag gebeuren, maar: we doen alles wat mogelijk is. Je zag in Moerdijk ook weer bestuurders direct roepen dat er gezondheidsonderzoek komt. Terwijl toxicologen nog helemaal niet weten wat er verspreid is!"
Zou de overheid niet kunnen profiteren van de nieuwe media? Men is niet onder de indruk. 140 tekens in een tweet leveren geen informatie op. Waarom zou je dan als brandweer of gemeente zelf gaan twitteren? De brandweercommandant vindt het prima om Twitter te volgen. Als maar duidelijk is dat lastige vragen niet binnen het uur beantwoord kunnen worden. Onderzoek van het RIVM duurt uren en soms dagen.
De slotvraag gaat over de brede heroverwegingen en bezuinigingen bij Rijk, provincie en gemeenten. Veiligheid en handhaving kosten geld, krijgen rampenbestrijders daar nog last van? Commandant Appeldoorn reageert behoedzaam: "Bezuinigingen treffen ons allemaal. De opgave is om met minder geld dezelfde veiligheid te bieden. Daar moeten we realistisch over adviseren." Van der Torn ziet een grotere rol weggelegd voor ondernemers. De regelgeving zal meer moeten insteken op verantwoord ondernemerschap. Maar de uitsmijter is voor Peter van der Velden: "Dit zijn allemaal politieke beslissingen. Als u het daar niet mee eens bent, adviseer ik: Kies een ander bestuur!"
Het publiek moet er duidelijk nog een nachtje over slapen. Na de discussie geven tien mensen aan zich wat veiliger te voelen. Niemand voelt zich onveiliger. Al met al toch best een rustig gezelschap.
Volgend artikel: Akkoord voor isolatie 800 woningen





Foto’s: Wendy Presser
Verslag: Hans van den Berk