2017

Insecten in de knel

We hebben het allemaal wel eens verzucht na een bijensteek, of wanneer muggen ons 's zomers uit de slaap houden: het enige goede insect is een dood insect. Maar als je doordenkt zijn insecten onze goede vrienden. Ze maken ook deel uit van een ecosysteem waar je niet straffeloos schakels tussenuit kunt halen.

Toch dreigt dit nu te gebeuren, als je recente mediaberichten moet geloven. Het verhaal is overigens al ouder want vijftig jaar geleden verscheen Silent Spring (Dode Lente) van de Amerikaanse biologe Rachel Carson. Op indringende wijze stelde zij het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen aan de orde. De sombere waarschuwing die zij toen deed, lijkt alsnog uit te gaan komen. Duitse en Nederlandse wetenschappers namen recentelijk Duits veldwerk onder de loep. De conclusie uit de cijfers is volgens hen dat we in natuurgebieden kijken naar een achteruitgang van insecten met maar liefst 75 procent. Eén van de auteurs van dit spraakmakend artikel is te gast op het podium: professor Henk Siepel. De andere gast is Kars Veling van de Vlinderstichting.

Kars vertelt dat de Vlinderstichting een landelijke organisatie is die zich bezighoudt met vlinders en libellen. Het doel is om de stand van deze insecten te bevorderen. Daartoe doet men onderzoek met duizenden vrijwilligers, en wordt informatie geleverd aan beleidsmakers en overheden.

Henk Siepel is hoogleraar dierecologie in Wageningen en Nijmegen. Hij is een van de weinige wetenschappers die insecten in hun onderzoek meenemen. Ze kregen bericht van een onderzoeksgroep uit Krefeld. Deze mensen zagen een dalende trend in aantallen insecten. In Krefeld had men de beschikking over oude jampotten met gevangen insecten die teruggingen tot 1989. "Het bleek dat er steeds minder biomassa in de potten zat." De insecten worden gevangen met een zogeheten malaiseval. Een soort tent waarvan de werking berust op het principe dat insecten die een obstakel tegenkomen, altijd omhoog vliegen en bijgevolg in een val verstrikt raken.

Zware jongens
Is het vangen misschien de reden dat die insecten uitsterven? vraagt presentator Marc Pruijn. De aantallen lijken inderdaad aanzienlijk: verdeeld over 63 locaties zijn in de loop van 30 jaar, enkele tientallen miljoenen insecten gevangen. "Maar feitelijk vangen we minder dan 1 procent," weet Siepel. De uitkomst van het onderzoek is er niet minder alarmerend om. Nederland kent een eigen systeem van telroutes voor dagvlinders en de resultaten daarvan blijken overeen te komen met het Duits onderzoek. Het Planbureau voor de Leefomgeving heeft het vorige week nagerekend en beide curves, voor dagvlinders en voor insecten in het algemeen, laten allebei een significante daling zien.

Frans Post concludeert dat als het zo doorgaat, we over twaalf jaar het laatste insect kunnen uitzwaaien. Zo ver mag het volgens Kars Veling niet komen, maar hij signaleert wel dat veel zal moeten gebeuren om te voorkomen dat enkel een paar zware jongens overblijven.

Henk Siepel vult aan dat de achteruitgang uit het Duitse onderzoek algemeen is. Maar de grote insecten zijn verhoudingsgewijs harder achteruitgegaan dan de kleine. Dit is verklaarbaar vanwege de langere generatietijd. Een meikever doet er 3 jaar over zich voort te planten, het vliegend hert 6 a 7 jaar. Muggen daarentegen hebben aan 2 tot 3 weken genoeg - ze leggen veel meer eieren. "Ik denk niet dat wij ooit getuige zullen zijn van het laatste insect," observeert Siepel. "Voordat het zover is, zijn wij mensen al lang uitgestorven."

Heeft het milieubeleid van de afgelopen decennia dan geen zin gehad? Die vraag is nog niet goed te beantwoorden. "Ons artikel concludeert dat de achteruitgang niet aan het weer ligt. De landbouw levert ook geen verklaring op. Idem dito voor wat betreft het klimaat, het weer en nieuwe plantensoorten. In de locaties zit het ook niet want de malaisevallen zijn voortdurend gewisseld van plek. Twee dingen hebben we niet goed kunnen vatten qua getallen. Het eerste zijn de pesticiden, bestrijdingsmiddelen dus. En de andere overblijvende mogelijke factor is de toegenomen intensiteit van het landgebruik. Zo is de frequentie van het maaien de afgelopen 30 jaar enorm toegenomen. Hier hebben we echter geen getallen van, dus kunnen we er niet mee rekenen."

Minder intensieve landbouw
Kars Veling meldt dat dagvlindersoorten in Nederlandse natuurgebieden het beter lijken te doen. Terreinbeheerders hebben de laatste tijd dan ook veel maatregelen genomen, bijvoorbeeld plaggen uitsteken. Maar in agrarisch gebied is de achteruitgang groter; bijna 70 procent, tegen 40 procent in stedelijk gebied. "In Nederland zie je dat de intensieve landbouw voor heel veel soorten funest uitwerkt."

Vraag is wat er aan deze trend te doen is. Voor Henk Siepel is het helder: we moeten stappen terug zetten met de intensieve landbouw. "In de bodem daar zit geen greintje leven meer. Het punt is dat insecten niet in natuurgebieden blijven, ze trekken erop uit. In april zien landbouwgebieden er aantrekkelijk voor hen uit. Daar leggen ze dan hun larven, niet wetende dat het terrein twee weken later gemaaid wordt! Dat pakt slecht uit. We moeten gewoon minder leunen op intensieve landbouw. Ik weet wel dat consumenten dan wat meer zullen gaan betalen voor hun eten. En dan kunnen mensen inderdaad minder vaak naar Thailand op vakantie. Maar eerlijk gezegd lijkt me dat niet zo slecht."

Siepel vertelt dat pesticiden en stikstof het meeste overlast geven in Brabant. "Overal zie je verzuring, teveel stikstof, minder fosfaat. Daardoor gaat de natuur structureel achteruit. Zelfs de Jagersvereniging heeft gezegd tegen de boeren: maak nu eens goed werk van groene grasranden langs akkers - en houd die in stand! In plaats van na zes maanden weer te gaan rommelen. Nederland heeft in de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw succesvol de water- en luchtvervuiling aangepakt. Nu moeten we iets doen aan de schade door de landbouw want we vergiftigen onszelf!"

Kars Veling meldt nog dat de Europese Commissie heel recent een brief over het landbouwbeleid heeft gepubliceerd. Hij heeft er gemengde gevoelens over. In plaats van dat men strengere voorwaarden oplegt aan de boeren in ruil voor de subsidies die men opstrijkt, wordt juist weer meer overgelaten aan de lidstaten. Dat is jammer. "Gelukkig ontstaan er in het Tilburgse Stadsbos weer kansen voor insectenvriendelijke projecten," concludeert Veling. En wethouder Mario Jacobs verstaat de hint: "Kom maar langs!"

 


Volgend artikel: An Inconvenient Sequel: Truth to Power


Foto's: Wendy Presser

Verslag: Hans van den Berk