2014

Bekijk hier de video-opname

Een indrukwekkende spreker

Jan Terlouw over de ethiek van milieubeleid

De hoofdgast van de avond is zoon van een predikant en werd geboren in 1931. Hij volgde een exacte studie in Utrecht en leek in de wieg gelegd voor een carrière als kernfysicus. Begin jaren zeventig koos hij voor het schrijverschap en een loopbaan in de politiek. Als voorman van D66 werd hij de belichaming van redelijk alternatief. Bekend werd hij ook als auteur van onder meer De Koning van Katoren. Een jeugdboek dat inzicht geeft in het belang van goede keuzes, op de korte en de lange termijn. Via Parijs (secretaris-generaal van de Conferentie van Europese Transportministers) kwam hij in 1991 terecht in Gelderland (als Commissaris van de Koningin). In 1999 werd hij, inmiddels gepensioneerd, lid van de Eerste Kamer. Al die tijd toont hij zich een bepleiter van duurzaamheidsthema's. De voordracht vanavond in Tilburg gaat over de ethiek van het milieubeleid.
Jan Terlouw spreekt ontspannen, ruim 20 minuten, en grotendeels uit het hoofd.

"100 keer een succesvol Milieucafé - 16.000 bezoekers in totaal. Wat moet Tilburg een groene stad zijn," trapt Terlouw af. Daarna wordt hij serieus.
Wij wonen op een prachtige planeet. Deze bestaat al 4,5 miljard jaar. In die tijd hebben zich grote en dramatische veranderingen voorgedaan. De aarde zag vulkanische uitbarstingen, aardbevingen, hevige zonneactiviteit, zware meteorietinslagen. Met al die gebeurtenissen had de mens niets te maken. Want de mens komt pas heel laat kijken in de geologische tijdschaal.

Als we de totale levensduur van de aarde, 4,5 miljard jaar, projecteren op een uur, dan is de mens pas in de laatste seconde op het toneel verschenen. Van serieuze technische ontwikkeling is pas sprake in de laatste milliseconde! Maar in die milliseconde ging het wel hard, met name na de Tweede Wereldoorlog.

Vervuiling als gevolg van de industriële revolutie eiste zijn tol. Er kwamen wetten ter bescherming van de bodem, het water en de lucht. In 1972 publiceerde Dennis Meadows een bekend rapport van de Club van Rome: De Grenzen Aan De Groei. De conclusie luidde simpelweg dat je op een eindige aarde, geen exponentiële groei kunt handhaven. Koper uit elektronica wordt weggegooid en komt terecht in afvalbergen. Ook het kwik raakt op. Heel recent is pas de filosofie van Cradle to Cradle ontwikkeld: waarbij de zorg voor grondstoffen zich niet meer uitstrekt van de wieg tot het graf, maar van de wieg tot de wieg.

In de jaren na 1972 is het rapport van de Club van Rome met enige regelmaat weggehoond. Tegenstanders vinden het te somber van toon, de voorspellingen komen niet uit en de techniek lost alles op. Maar recent is het opnieuw geëvalueerd en de conclusie is nu toch dat de Club van Rome bezig is om gelijk te krijgen.

Het afval blijft voor problemen zorgen. Met name de gigantische plasticsoep die op vijf plaatsen ronddrijft in drie oceanen baart zorgen. Daarnaast wordt de zee leeggevist in de jacht op tonijn en kabeljauw. Die dingen gebeuren onmiskenbaar. Maar het belangrijkste gevolg van de industriële revolutie is toch wel dat de temperatuur stijgt. En dat doet-ie.

Methaan
Er is veel discussie over de stijgende temperatuur op aarde, en de oorzaken daarvan, zegt Terlouw. Critici ontkennen de tekenen aan de wand maar ze shoppen ook selectief. Zo wordt gemakshalve de temperatuur van het zeewater niet mee beoordeeld. Die is echt aanzienlijk gestegen en de impact daarvan is enorm. Het ijs aan de polen is nu al gesmolten maar ook verder werkt het effect van een warmere aarde exponentieel door. Zo dreigen kolossale methaanvoorraden te gaan ontdooien. Als methaangas vrijkomt in de atmosfeer, weet dan dat het broeikaseffect hiervan twintig keer zo sterk is als van co2...

Lang is er in wetenschappelijke kring gedebatteerd over het effect van fossiele brandstoffen. Mensen hebben de neiging om in hun eigen overtuigingen te geloven en ook het International Panel on Climate Change had er lange tijd twijfel over. Toen kregen we het schandaal, 'climate gate'. Het dikke rapport van het IPCC bevatte een foutje! De tegenstanders stortten zich daarop en de paar procent twijfelaars aan het broeikaseffect kregen onevenredig veel aandacht in de publiciteit. Het boek De Twijfelbrigade door Jan Paul van Soest, toont feilloos aan dat het slechts enkelingen zijn die het effect nog ontkennen. En dat deze mensen worden gefinancierd door belanghebbenden.

Alsof die tweeduizend wetenschappers van over de hele wereld, zelf al niet getwijfeld hadden! Vanaf het begin had men aarzeling om te verklaren dat de opwarming van de aarde door de fossiele brandstoffen kwam. Pas in 2007 werd men geleidelijk aan stelliger. Eerst leek het verband nog vooral voor de hand te liggen. Immers de opgeslagen zonne-energie van miljoenen jaren, wordt door ons in tientallen jaren opgestookt. Dat moet toch wel gevolgen hebben, redeneert zelfs een leek.

Maar de signalen worden sterker. Het klopt wel dat de aarde in het verleden ook is opgewarmd. Echter dan gebeurde dat steeds op een tijdschaal van tienduizenden jaren. Nu praten we over een periode van 100 jaar! Als we het toch over boeken hebben, beveel ik Six Degrees aan. [Six Degrees | Our Future On A Hotter Planet, door Mark Lynas, red.] Het beschrijft wat er gebeurt op aarde bij een opwarming van telkens een graad meer.

Fossielen
Vergis u niet: deze veranderingen zijn gedocumenteerd door geologen. 97 procent van de wetenschappers stelt nu: Het is niet mogelijk om de temperatuurstijging in deze eeuw te beperken tot twee graden. Op basis van gezond verstand is het dan toch dwaas om die effecten te willen ontkennen! Politici zouden die discussie niet eens moeten willen voeren.

Als ze geen zin hebben om het probleem onder ogen te zien, dan is dat hun goed recht. Als ze er niets aan willen doen, dan is dat een mogelijke politieke opvatting. Ik zeg alleen: je moet níet de uitkomsten van serieuze wetenschap ontkennen! Je moet aanvaarden wat de wetenschappelijke gemeenschap zegt.

De vraag welke consequenties we aan die conclusies moeten verbinden, is in laatste aanleg een morele discussie. Móet je er wel iets aan doen? In beginsel is een cynisch standpunt mogelijk, van het type: ik sta als politicus voor het nú; de volgende generatie moet haar eigen uitdagingen maar aangaan. Feitelijk is dat een ethisch vraagstuk.

Mijn opvatting is helder: de wereld moet snel en drastisch het gebruik van fossiele brandstoffen gaan beperken. Vraag is of dat moeilijk is. De kern van de zaak is niet lastig te begrijpen. Neem bijvoorbeeld het oerwoud. Het regenwoud is een ongelooflijk ingewikkeld systeem. Allerlei processen vinden plaats. Toch lijkt het oerwoud zichzelf te onderhouden. Het beekje dat uit een oerwoud komt bevat vrijwel schoon water... Kennelijk zijn de diverse kringlopen gesloten.

Op één ding na... Er moet namelijk energie bij. Alle leven op aarde heeft energie nodig. De straling van de zon is hiervoor ruim voldoende. En die energie gaat nooit verloren, zo leert ons de eerste hoofdwet van de thermodynamica. Echter het oerwoud kan die energie niet zonder meer rondpompen. Dit komt door de tweede hoofdwet van de thermodynamica: als er sprake is van een reactie, van omzetting van stoffen, komt er energie vrij - in de vorm van warmte. De temperatuur stijgt.

We zien een merkwaardige figuur: de mensheid zou prima uit de voeten kunnen met de energie die de zon levert. Maar daar maken we geen gebruik van. In plaats daarvan gebruiken we opgeslagen energie - in fossiele brandstoffen. Daardoor komt er veel te veel CO2 vrij. Een broeikasgas waar de zonnestraling wel in kan, maar de warmte niet uit.

Twijfel
De logische stap ligt voor de hand: omschakelen van energievoorziening. En de hamvraag is dan of dit moeilijk is. Kan het zonder de welvaart in gevaar te brengen? Wat zou het probleem zijn als we het zo doen.

Technisch-wetenschappelijk gezien is het geen enkel probleem. Alleen al die vraag stellen is om te schateren van het lachen! Wij mensen kunnen een internet bouwen. We kunnen een komeetlander met grote precisie laten aankomen na een reis van tien jaar. We kunnen een iPhone bouwen. We verrichten oogreparaties met laserstralen. Feitelijk kunnen we bijna alles wat we willen.

Hoe komt dit? Wat is de verklaring voor dit fabelachtige succes? Het antwoord is twijfel. Wetenschappers twijfelen aan alles en dit blijkt in de praktijk de beste methode voor vooruitgang. Vroeger was dit anders. Tot vierhonderd jaar geleden, in de tijd van Galileo Galilei en Copernicus, was de filosofie leidend in de wetenschap. Toen kwam een nieuwe school op, van de empirie. Met als uitgangspunt: meten is weten. En de meting heeft gelijk. Het was een revolutie en die revolutie heeft gemaakt dat we nu bijna alles kunnen. Er is onvoorstelbare vooruitgang geboekt. Op het gebied van medicijnen, qua levensverwachting en welvaart.

Wat je ziet is dat vooruitgang veel moeilijker verloopt als menselijke opvattingen leidend zijn. Ons vermogen om de vrede te bewaren, steekt pover af in relatie tot de wetenschap. Maar voor het argument is het zo helder als glas: de zon produceert binnen een uur genoeg energie voor een heel jaar. Dat moet genoeg zijn en relatief eenvoudig te organiseren. Twijfel daaraan is belachelijk. Omschakelen naar duurzame energie is technisch gezien een peulenschil, als je werkelijk wilt.

Is het dan misschien een economisch probleem? Kost omschakelen misschien een procentje welvaart? De analyse wijst uit dat je weliswaar eerst zult moeten investeren. Maar ook dat de welvaart niet wezenlijk wordt aangetast. Sterker nog, studies wijzen uit dat het omgekeerde wel geldt. Als we niet omschakelen, gaat het ons op termijn meer kosten! Dus de conclusie is, doe het nu maar gewoon, het levert ook veel nieuwe werkgelegenheid op. En nee, we hoeven in welvaart niet terug naar het niveau van 1800. Misschien wel naar 2000 - oh, oh, wat hádden we het slecht in 2000...

Politieke wil
Het probleem is met andere woorden puur politiek. Ik ben een overtuigd liberaal maar ik vind ook dat je opvattingen en definities moet ijken op de tijd waarin je leeft. Als ik analyseer hoe de wereld er nu uitziet, signaleer ik dat het heil van de markt wordt verwacht. De overheid heeft veel verantwoordelijkheden weggeschoven. Terwijl vanuit het milieubeleid en klimaatbeleid, het omgekeerde zou moeten gebeuren. Daar zou de overheid een leidende rol moeten pakken, omdat de markt er niet toe in staat is.

Misschien zijn er mensen die dat vloeken in de kerk vinden. Maar ik pleit voor de nuance. Tussen het uiterste van de communist, die vindt dat de overheid alles moet plannen, en de neoliberaal die vindt dat de overheid helemaal niets moet doen, liggen werelden waarin verschillen overbrugd kunnen worden.

De markt heeft zijn verdiensten. De markt is kapitaalkrachtig, en betekent innovatie. Maar de markt is niet goed toegerust om verantwoordelijkheid te nemen voor de toekomst. De strategie van de markt is het maximaliseren van de winst - niet het borgen van de toekomst. De overheid heeft deze dure plicht wel.

Vroeger deed de overheid dit wel - het sprak vanzelf. Maar nu hebben we de aarde uitgeput en moet de overheid zorgen dat we daarmee stoppen. Ik zeg, als liberaal: overheid, neem je verantwoordelijkheid. U bent de enige die een gelijk speelveld kan afdwingen.

Het is met andere woorden een kwestie van politieke wil. Als we kijken naar de klimaatconferentie van 2009, in Kopenhagen. Deze staat bekend als een gemiste kans. Barack Obama was daar aanwezig. Hij hád kunnen zeggen, samen met de directeuren van Esso en Shell, ik beleg een kleine ronde tafel met pakweg tien mensen. En die levert een afspraak op van wereldleiders dat we voortaan duurzaam gaan handelen. Volgend jaar voor 10 procent, over drie jaar 20 procent. Slaagt u daar niet in, dan komt uw olie er bij ons niet in. Zo had het kunnen gaan... Maar helaas is dit scenario niet realistisch gebleken. We zullen moeten roeien met de riemen die we hebben.

Niettemin blijft het beschamend en treurig dat Nederland, na Malta, het laagste aandeel duurzame energie heeft! Voor hoogwaterbescherming wordt grif de beurs getrokken. Er ligt een deltaplan van wel 1 miljard euro per jaar. Maar voor duurzame energie blijft de teller hangen bij 4,5 procent. De houding is er een van 'Laat de anderen dat maar doen.' Terwijl hoogwater en klimaat twee kanten zijn van dezelfde medaille.

Eigenlijk is de Nederlandse houding onfatsoenlijk. Ik pleit voor een gelijk speelveld voor duurzaamheid. Dat wil zeggen: belasten wat belast moet worden, want de vervuiling moet betaald. Als je dat doet, lost het bedrijfsleven vervolgens het probleem uit zichzelf op. Waarom die lamlendigheid? Voor hetzelfde geld kun je volgend jaar naar de klimaatconferentie in Parijs gaan en daar een krachtig standpunt verkondigen.

Lokale actie
Dichter bij huis, op lokale schaal, voor Tilburg is de opgave moeilijker. Lokale bestuurders hebben minder regelmacht. Maar je kunt altijd wát doen. Goede initiatieven ondersteunen, mensen bij elkaar brengen. Gemeenten en corporaties kunnen investeren in het isoleren van huurwoningen. Een eenvoudige maatregel, goed voor de werkgelegenheid, goed voor de woonlasten. De investering betaalt zich in zes, zeven jaar terug.

Ook als individuele burger kun je wat doen. Het parool is: maak de ambitie eerst je geestelijk eigendom. Maak van duurzaamheid een ideaal. Spaarlampen, zonnepanelen, enzovoort. Alle beetjes helpen. Politiek kun je ook een eenvoudige afspraak maken, over de volle breedte van het politieke spectrum. Besluit eenvoudig om altijd te stemmen op de groenste kandidaat van je eigen partij. Er is er altijd één die er uitspringt. Electoraal succes valt politici op, want ze moeten herkozen worden. Om die reden kunnen politici niet teveel voorop lopen. Maar ze kunnen zich ook niet veroorloven om achter te blijven! Laat dus weten wat je belangrijk vindt. Als mensen massaal gaan stemmen op de groenste kandidaat, zullen ze allemaal groen worden!

Jan Terlouw sluit af met de constatering dat er iets gebeurt in Tilburg. Een blik op de zaal leert dat er veel geestverwanten zullen rondlopen. Dat vindt hij hoopgevend, reden voor een felicitatie en veel succes gewenst.

Zo stil als de zaal is geweest tijdens de voordracht, zo hartelijk klinkt het applaus. Frans Post en Michel Jehae stellen nog een paar vragen ter afronding.
Zijn we in die vijftig jaar dat er sprake is van bewustwording, veel opgeschoten? Of is het meer iets van: het was vijf voor twaalf, en nu is het één voor twaalf?
"We zijn beslist iets opgeschoten," reageert Terlouw. "De rivieren zijn schoner. De campagne tegen schadelijke drijfgassen in spuitbussen heeft gewerkt. Tegelijk moet je constateren dat veel dingen nog niet goed gaan. Het leegvissen van de oceanen is niet gestopt. De oliewinning in Nigeria is een ecologische ramp. En van de winning van olie uit de teerzanden in Alberta word je ook niet vrolijk."
"Het klimaatprobleem is niet opgelost omdat fossiele brandstoffen de energievoorziening domineren. En dus gaat de temperatuurstijging gewoon door. Hoewel het gevaar pas relatief kort wordt onderkend, is dit op het ogenblik het hoofdpunt van milieubeleid. Als de aarde echt 4 graden warmer zou worden, gaat dat honderden miljoenen levens kosten."

Is de oud partijleider en D66 senator somber geworden over politiek?
"Persoonlijk vind ik dat Nederland te weinig doet op het gebied van duurzame energie. Over Barack Obama kun je hetzelfde zeggen maar dat komt door de stelselmatige tegenwerking door de Republikeinen. Politiek als systeem heeft zijn beperkingen."
"Mijn punt is: subsidies geven aan bedrijven is niet genoeg. De overheid moet duidelijke eisen stellen. Dit moet er gebeuren, heren ondernemers - op welke manier mogen jullie zelf bepalen. Dát signaal hoor ik nu niet."

Is het probleem ook niet te mondiaal en te groot geworden? Wat wij in West-Europa in een jaar besparen aan CO2-uitstoot, komt er in China in een week bij...
"Zo is het nu eenmaal. Echter dit ontslaat ons niet van de plicht om deze landen waar mogelijk, bij te staan. Dan maar niets doen, is geen optie. Tot nu toe zijn alle klimaatconferenties mislukt vanwege de rijke landen die weigeren te helpen, en de arme landen die niet uit zichzelf gaan bewegen. Toch ben ik niet pessimistisch want ik geloof dat er wel krachten aan het loskomen zijn in de wereld."

Tot slot: de lokale agenda. Wat zouden lokale politici kunnen doen om te bevorderen dat er een gelijk speelveld komt voor duurzame energie?
"Dit is inderdaad moeilijk," besluit Terlouw. "Ikzelf kom uit Gelderland. Ik heb me destijds verzet tegen het verkopen van de aandelen Nuon. Op dit moment zijn die nog de helft waard... Dus ik zeg nu: koop ze terug! En maak het bedrijf duurzaam."
"De energiebedrijven zijn geprivatiseerd met de opdracht om feitelijk zo min mogelijk energie te verkopen. Dat is raar. Zonne-energie wordt gesubsidieerd, windenergie ook. In plaats van subsidie geven aan deze vormen van energie, is het beter om kolen en olie te belasten. Op die manier kan duurzame energie werkelijk concurreren."

En daarmee is het hoofdgerecht van de avond op. Het smaakt beslist naar meer.

Bovenstaand verslag is geen letterlijke weergave. Bekijk hier de video-opname (duur 26 minuten).


Volgend artikel: Biodiversiteit

Jan Terlouw

Jan Terlouw

Jan Terlouw

Frans Post, Michel Jehae en Jan Terlouw

Jan Terlouw

Michel Jehae en Jan Terlouw

Frans Post en Jan Terlouw

Frans Post, Michel Jehae en Jan Terlouw


Foto's: Wendy Presser en Bianca Vleugels

Verslag: Hans van den Berk