Kerstdennetje

 

Dit jaar dacht ik er milieubewust aan te doen door niet effe gauw zo’n kutboompje te gaan kopen bij de bloemist, de supermarkt, de kapper of welke kerstuitbater dan ook.

Plaatje

Een paar jaar geleden kostte een boom-met-kluit daar nog vele euro’s minder dan eentje zonder. Tenslotte hoefden ze die kluit er niet zelf af te zagen.
Nu betaal je voor zo’n kluit vijf euro meer. Want milieubewuste mensen betalen er graag méér voor. Hebben ze ontdekt. Mij sturen ze met zo’n kluit het bos dus niet meer in.
Ik ben dus twee weken terug met omzwachtelde spa mijn achtertuin ingedoken om er mijn van vorig jaar overgehouden kerstdennetje-met-kluit behoedzaam uit te graven. Heel voorzichtig heb ik ‘m uit zijn geliefde verblijfplaats getrokken en omzichtig mijn huiskamer binnengedragen.
Eenmaal op zijn tijdelijke verblijfplaats aangekomen begon ik met een tederheid die ik me door talloze kapotgestorte kerstballen had eigengemaakt mijn enig kerstgezelschap op te tuigen met uitheems geproduceerde ballen en lampjes.

Mijn boompje zag er echter gelijk ongelofeloos deerniswekkend uit, triester dan vorig jaar, nog zonder die kindervriendelijke ballen en lampjes. Na twee dagen lag er al een nieuw record aan vergeelde dennennaaldjes onder. De stofzak van mijn stofzuiger voelde aan als een zwangere, door een vrouw bestuurde Toyota Landcruiser overreden egel. En op de dag dat Rita Verdonk zich aan onze jeugd begon te vergrijpen, bood het zielige boompje nog slechts de aanblik van een kerstverlicht droogrek, waarin die uitheemse ballen me wel héél vreemd en gelukzoekerig voorkwamen.

De dagen erna heb ik beleefd als een jarenlange aaneenschakeling van Goede Vrijdagen. Zelf dook ik Eerste Kerstdag de vrieskist van mijn herinneringen in. Ik veronderstelde daar nog wel een diepgevroren frietje-oorlog. Uit de tijd dat je de aardappelen nog zelf schilde, in partjes sneed en zo dik mogelijk reepte. En de tijd dat oorlog iets was dat ver achter je lag. Niet iets waar je nu als medelander ongewild medeverantwoordelijk voor bent.

Enfin, Kerstmis 2006 ligt weer achter ons. Sara en Ammar zijn dankzij Rita gelukkig weer thuis, Saddam Hoessein ligt heerlijk te genieten van zijn zevenhonderd hemelse maagden en in Irak, Afghanistan, het Midden-Oosten en de Hoorn van Afrika gaan ze onverstoorbaar door op het pad van die evenzo Hemelse Vrede.

Maar mijn uitgemergelde dennetje staat ondertussen in de tuin wél weer mooi wanhopig de echte zure sneeuw af te wachten. Uit mededogen spuit ik er dagelijks met een luchtpompaangedreven spuitbus wat slagroom op. Want zelfs zure sneeuw zal ‘t dit jaar niet meer vergund zijn.
Ik denk niet dat mijn kerstdennetje het volgend jaar wéér redt. In de lente -zo neem ik me voor- spuit ik ‘m op met biologische haarlak en na een ozonbehandelingetje in juli moet hij in december 2007 wellicht te gebruiken zijn als alternatieve schemerlamp. M’n ballen heb ik al afgestaan aan de Voedselbank. Die weten er vast nog wel iemand dat échte kerstgevoel mee te bezorgen…

Alard Govers
03-01-2007