2017

Verdaasdonk vertrekt

De stand van de Brabantse Milieufederatie

Een Heintje Davids-afscheid is teveel gezegd maar feit is dat Nol Verdaasdonk, juist op de donderdag van het café, een paginagroot afscheidsinterview heeft in het Brabants Dagblad. Precies deze dag stopt hij als directeur van de Brabantse Milieufederatie. Na bijna zevenenhalf jaar gaat hij met pensioen. Viermaal was Nol te gast in het Milieucafé. In 2011 over boortorens in De Blaak (die kwamen er niet); in 2012 was hij jurylid voor de Award die ging naar Henk Moller Pillot; in 2014 ging het over bijensterfte (gaat gewoon door) en in 2016 over de algehele achteruitgang in de Brabantse natuur die ook dit jaar weer doorzet.

Je zou er pessimist van worden maar dan ken je Verdaasdonk niet. Het eerste wat hem invalt dat hij zich voorgenomen heeft na zijn pensionering: "Ik ga iets leuks doen. Vol overtuiging spring ik in het zwarte gat."

Vorig jaar spraken we Ron Lodewijks als kersverse bestuursvoorzitter van de BMF. Hij noemde toen verjonging als speerpunt en we moeten vaststellen dat dit gelukt is. Verdaasdonks opvolger Selçuk Akinci is dertig jaar jonger. Deze was drie jaar wethouder in Breda voor GroenLinks.

De achterban van de BMF zit door heel Brabant verspreid, weet Nol. Er is inderdaad sprake van vergrijzing maar niet structureel: "De populariteit komt op en neemt af, afhankelijk van issues die spelen." Het schaliegas bijvoorbeeld speelt nu veel minder dan vijf jaar geleden. Tegenwoordig zijn mensen veel meer bezig met verduurzaming, ook in Tilburg onder leiding van wethouder Berend de Vries.

Betekent dit dat de tijd van actievoeren voorbij is? Nol gebruikt voor de BMF liever de term 'gideonsbende'. "Dat is de aard van de beweging, je moet dat ook niet willen beheersen. Je kent het spreekwoord: Wie piramides bouwt, kweekt mummies. De crux is dat de BMF mensen verenigt die betrokken zijn op hun omgeving. Ze lopen tegen dingen aan, willen zaken verbeteren. Die moet je niet wegzetten als lastig of vervelend."

Kentering
Voorbeelden van successen noemen vindt Verdaasdonk lastig ("Succes ken vele vaders, de mislukking is een wees"). De ruit rondom Eindhoven springt er wel uit. "Samen met inwoners en bestuurders hebben we gezorgd dat het Dommeldal gered is." Verder is hij blij dat de discussie over de landbouw anders begint te verlopen. Consumenten en producenten zijn nu veel meer betrokken op elkaar. Bioboer Jan van den Broek is nu veel verder dan 20 jaar geleden. "We zien duidelijk een kentering, al mag die wat mij betreft sneller verlopen."

Minder tevreden is hij over de klimaatdiscussie. "De besluitvorming verloopt veel te langzaam, overheden en bedrijven acteren te weinig. Blijkbaar zijn we er niet in geslaagd om de noodzaak voldoende over het voetlicht brengen." Daarnaast is de discussie over bestrijdingsmiddelen niet gevoerd. "De insectenwereld klapt in elkaar en dan praten we wel over de bodem onder de voedselpiramide. De BMF heeft altijd aandacht hiervoor gevraagd, blijkbaar heeft het niet geholpen."

Hoewel de BMF het provinciale beleid kritisch volgt is toch ongeveer 50 procent van de inkomsten afkomstig van de provincie. De rest komt van de Postcodeloterij en losse projecten. Verdaasdonk vindt dit niet vreemd: in de politiek heb je een systeem nodig van checks and balances en dan kom je op de BMF of een vergelijkbare functie. "Zie wat er nu in Amerika aan het gebeuren is onder Trump. Ik vind dat geen wenkend perspectief."

Stad en land
De provincie heeft in elk geval waardering voor de inspanningen. Actievoerder Nol kreeg op 18 mei de Hertog Jan onderscheiding, uit handen van Commissaris van de Koning Wim van de Donk. Heeft hij misschien iets niet goed gedaan?
Verdaasdonk ziet het genuanceerder: "Inderdaad kan ik best scherp zijn maar tegelijk probeer ik altijd de mens achter de boodschap te zien. Alleen maar tegen schenen schoppen en blijven hangen in het eigen gelijk heeft geen zin. Uiteindelijk moet je elkaar toch accepteren en zien te overtuigen. Zelfs de BMF heeft niet altijd de wijsheid in pacht."

Een grote ontwikkeling is de trek naar de stad. Desondanks gaan de meeste discussies in de milieubeweging over het platteland. Heeft de BMF wel iets met de stad?
"Ik zie heel Brabant als een stad; een stedelijke omgeving met hier en daar wat landelijke activiteit," reageert Verdaasdonk. "De opgave is om die twee werelden veel organischer samen te brengen. Het klassieke model van ruimtelijke ordening stamt uit het verleden. Zaken worden nog steeds geframed vanuit oude denkbeelden. Wij willen die Gordiaanse knoop juist ontwarren. Brabant kan dan een voorbeeld worden voor de rest van de wereld. Ieder land worstelt met vergelijkbare opgaven."

Nol Verdaasdonk wil kortom niet pessimistisch eindigen. Iedere burger kan iedere dag, in supermarkt, via het eigen mandje zorgen dat er echt iets verandert in de voedselproductie. En de tip voor zijn opvolger? "Zorg dat je met plezier je werk blijft doen, en de mensen blijft inspireren. Dan heb je de leukste hondenbaan in Brabant."


Volgend artikel: La Poubelle wordt hip

Frans Post, Marc Pruijn en Nol Verdaasdonk

Nol Verdaasdonk

Nol Verdaasdonk

Marc Pruijn en Nol Verdaasdonk

Nol Verdaasdonk


Foto's: Wendy Presser

Verslag: Hans van den Berk